Biografie Jaap Schipper

 
 

Een biografische schets van architect Jaap Schipper Op 19 december 1915 werd Jacob Schipper te Zaandam geboren als oudste zoon van Jan Schipper en Grietje Kelder. Zijn vader, toen opzichter-tekenaar bij de plaatselijke dienst Gemeentewerken, zou vanaf 1939 tot aan zijn pensionering als gemeente-architect aan deze dienst verbonden zijn. De familie Schipper - naast Jaap waren er nog twee zonen, Pieter en Gerrit-Jan - verhuisde omstreeks 1920 van de Prins Hendrikkade naar de Emmastraat. De lagere school doorliep hij op School No. 9 aan de Stationsstraat, thans het Damlandcollege. Daarna volgde hij de ULO-B opleiding aan de Hogendijk. De HTS in Haarlem vormde zijn eerste bouwkundige opleiding. Het diploma hiervoor behaalde Schipper in juli 1935. Midden in de crisis jaren was het niet eenvoudig werk te vinden. Toen hij op de HTS hoorde dat er voor kortere tijd een vacature was bij het bedrijf van Openbare Werken in Velsen, greep hij deze mogelijkheid aan om daar – als 'dagloner' zoals het toen heette - te gaan werken. Tot de eerste oorlogsjaren zou hij daar blijven werken. Dit werk bestond op de eerste plaats uit het tekenen aan het stedenbouwkundig plan (1935) voor de gemeente Velsen.





Daarnaast volgde hij de avondopleiding aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam, eerst gevestigd in het gebouw van de Rijksacademie, later in de Muiderpoort. In 1942 werd deze cursus voltooid. De studenten van de Academie Bouwkunst hadden zich verenigd onder de naam 'Poorters'. Deze studentenvereniging, waarvan Schipper enige jaren secretaris was, nam deel aan de door het Genootschap Amstelodamum uitgeschreven wedstrijd voor geveltekeningen van Amsterdamse grachten. De 'Poorters' wonnen in '43 de wedstrijd met een tekening 1:100 van alle huizen aan de Herengracht vanaf de Amstel tot aan het Koningsplein. Jaap Schipper tekende hiervan de huizen met de even nummers 500 tot en met 518. Architectuurwedstrijden werden in deze oorlogsjaren slechts tussen studenten gehouden. Eén van deze competities, nu tussen de 'Poorters' en 'Stylos', de studenten bouwkunder van de Delftse Technische Hogeschool, word door Jaap Schipper gewonnen met een ontwerp voor een leergangcentrum voor architecten te Doorn onder het motto 'Stoa'. In dit ontwerp uit 1942 komt aan bod wat in het latere werk van Schipper zo'n grote rol zal spelen: een situering waarbij de ruimte om het gebouw complementair werkt ten opzichte van de architectuur. In het ontwerp 'Stoa' is het eigenlijke gebouw zodanig ten opzichte van de weg geplaatst dat het bij benadering in volle omvang over de heide te zien is. De eigenlijke toegangsweg is echter omzoomd door bosschages die de entree tot een met een haag omzoomde voorhof begeleiden, vanwaar men op een voorplein komt, dat het zicht op de ingang van het hoofdgebouw de ruimte geeft. De studenten bouwkunde werden in de oorlog uitgenodigd bij de bijeenkomsten van het Genootschap “Architectura et Amicitie”. Hier stond bezinning op de bouwkunst centraal, zowel de theoretische beginselen ervan als de praktische uitwerking ter voorbereiding op de herbouw na de oorlog. De studies die men in de oorlogsjaren ten behoeve van de volkshuisvesting verrichtte, zijn bij de wederopbouw van essentieel belang gebleken. Het was in deze jaren dat Schipper kennis maakte met prof. ir. M.J. Granpré Molière en ir. W. van Tijen, de representanten van de hoofdstromingen in de Nederlandse architectuur van die jaren: de Delftse School van Granpré Molière, een op de vroegchristelijke architectuur geïnspireerde, italianiserende bouwkunst en het functionalisme van Van Tijen, een voortzetting van de nog jonge traditie van het Nieuwe Bouwen.


Na zijn HBO opleiding aan de Academie van Bouwkunst liet Schipper zich inschrijven als toehoorder bij de colleges van Granpré Molière in Delft. Doot de oorlogssituatie werden deze colleges na een half jaar voortgezet in Wassenaar bij de hoogleraar thuis. Daar kwam ter sprake dat er een tekenaar gevraagd werd bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, waar Granpré Molière adviseur was. Jaap Schipper ging gedurende ruim een jaar als stedenbouwkundige ir. c. Pouderoyen assisteren bij de planvorming van nederzettingen in de Noordoostpolder. Hij werkte er aan de stedenbouwkundige plannen voor de verschillende dorpen en ontwierp er een zevental woonkernen, bestemd voor de huisvesting van landarbeiders. In augustus 1944 werd het echter te riskant om hier nog langer te blijven. op de terugtocht via Amsterdam naar Zaandam wist Schipper de Duitse controles te omzeilen door zich tussen de melktanks op de Kamper boot te verstoppen. In het voorjaar van '45, nog tijdens de oorlog, werd het contact met de gemeente Velsen hersteld. Daar gaf Schipper de gemeentearchitect het advies om Van Tijen aan te trekken als stedenbouwkundige voor de wederopbouw. Niet wetend dat de burgemeester van Velsen inmiddels W.M. Dudok voor hetzelfde had benaderd. Het gevolg was dat beide architecten gezamenlijk opdracht kregen om het herbouwplan van Velsen-IJmuiden te ontwerpen. Direct na de oorlog ging schipper terug naar Zwolle om als assistent van Van Pouderoyen de nederzettingsplannen voor de Noordoostpolder te voltooien. Door de toenemende mechanisatie in de landbouw, de verbeterde vervoersmogelijkheden en de gewijzigde sociale verhoudingen bleek na de oorlog de realisering van verspreid liggende woonkernen ongewenst. Nu vroeg ir. Van Tijen aan Schipper hem te assisteren bij de stedenbouwkundige plannen voor Velsen. Het nieuwe plan van Van Tijen was immers gebaseerd op het oude plan van '35, waar Schipper zo vertrouwd mee was. Totdat Schipper zich als zelfstandig architect vestigde, bleef hij verbonden aan het bureau van Van Tijen en Maaskant in Rotterdam. Inmiddels had hij in 1943 met goed gevolg het theoretisch examen van de proefkamp voor de Prix de Rome afgelegd. Het vervolg van deze belangrijke architectuurwedstrijd werd echter uitgesteld tot na de oorlog. Het winnen van de gouden medaille van de Prix de Rome voor architectuur in 1946 neemt in de carrière van Jaap Schipper een belangrijke plaats in. Deelname aan deze wedstrijd in de schone bouwkunst stond open voor alle Nederlanders tussen de negentien en de dertig jaar met een bouwkundige opleiding of een verklaring van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst. Deze wedstrijd bestond uit een proefkamp, waar naar gelang de vooropleiding van de kandidaat ook de nodige theorie geëxamineerd werd, en een eindkamp. Voor beide rondes moesten de kandidaten een ontwerp voor een gebouw of gebouwencomplex met een openbaar karakter maken. De opgave waarvoor hij in de proefkamp gesteld werd, was die voor een buurthuis: 'een geestelijk ontwikkelingscentrum voor een volkswijk, waar lezingen, filmvoorstellingen, tentoonstellingen en kleine muziekuitvoeringen gehouden kunnen worden en waar een goed gevulde bibliotheek ten dienste der bevolking zal staan'. Men kreeg één dag de tijd om in een afgesloten ruimte het schetsontwerp te maken. Met het ontwerp dat Schipper maakte werd hij, evenals Arno Nicolaï toegelaten tot de eindkamp. Het ontwerp dat voor de eindkamp gevraagd werd bestond uit een religieus centrum: een kerk met ongeveer duizend zitplaatsen, een verenigingsgebouw, vergaderzalen, pastorie, kosterswoning c.a. Voor het schetsontwerp hiervan kreeg men twee dagen en één nacht de tijd, opnieuw in een afgesloten ruimte. Voor de verdere uitwerking had men nog drie maanden beschikbaar. Door de grote werkdruk direct na de oorlog kregen de beide kandidaten echter uitstel tot 1 januari 1947. In de jurering komen de drie hoofdpunten waarop het plan getoetst werd duidelijk naar voren: de situering, de planindeling en de architectuur. Ten aanzien van de situering van het ontwerp van Schipper werd de stedenbouwkundige oplossing geprezen. Wat de planindeling betreft werd het grootse karakter van de kerkruimte en de onderlinge groepering van de bijgebouwen als zeer goed beoordeeld. De architectuur van de bijgebouwen werd geprezen om hun voorname karakter, maar ten aanzien van de kerk plaatste men de opmerking dat deze toch wat gewild en modieus van karakter was. Daarbij werd aangetekend dat men het totaalbeeld op de voorschetsen fijner van verhoudingen had gevonden dan op de uitgewerkte tekeningen . Ook ten aanzien van het ontwerp van Arno Nicolaï formuleerde de jury haar mening naar deze drie hoofdpunten. In haar eindoordeel stelt zij dat de geestelijke waarden van beide ontwerpen weinig verschillen, en zo er twee gouden medailles te vergeven zouden zijn, zij aan beide kandidaten er één zou toekennen. Maar als er keuze gemaakt moest worden, dan zou de gouden medaille van de Prix de Rome gaan naar het ontwerp van Schipper. Zij vindt verder dat beide kandidaten "blijken hebben gegeven van groot talent en buitengewone  aanleg" en "het voor beiden van groot nut zal zijn, indien zij in staat gesteld worden door studiereizen hun geest te verrijken". Daarom stelt de jury voor om niet alleen aan de winnaar van de gouden medaille maar ook aan de winnaar van de zilveren medaille, Arno Nicolaï, een jaargeld toe te kennen waardoor zij beiden studiereizen kunnen ondernemen. Aanvankelijk was het voorstel dat zij naar de Verenigde Staten zouden gaan. Dat bleek om financiële redenen niet haalbaar. En vanwege de burgeroorlogen in Griekenland en het Nabije Oosten kon ook daar de reis niet heen. Zo werd gekozen voor een alternatieve reisroute naar zuid Italië, noord Afrika en Spanje. Hier waren nog vele resten van Griekse en Romeinse steden te vinden, zodat met deze reis de “Prix de Rome”-traditie van het bestuderen van de klassieken voortgezet kon worden. Tevens kregen schipper en Nicolaï de opdracht om in de te bezoeken landen, naast de klassieke en de islamitische beschaving, de moderne architectuur te bestuderen.

Het toegekende stipendium was echter volstrekt onvoldoende om een jaar lang te kunnen reizen. Daarom gingen Schipper en Nicolaï kamperen in een jeep met aanhanger vol met voedsel in blik. De reis van november 1948 tot april 1949 voerde hen op de heenweg via Turijn, Florence en Rome naar de teen van de Italiaanse laars en langs de oost-, zuid- en westkust van Sicilië. Vanuit Palermo stak men over naar Tunesië, waar een rondreis het begin vormde van het Noord-Afrikaanse deel van de tocht. In Algerije was Touggourt de meest zuidelijke plaats die bezocht werd. In Marokko ging de reis zowel naar de grote steden als naar de kashbadorpen zuidelijk van het Atlasgebergte. Vanuit zuid Spanje liep de route via Madrid, Barcelona, Nimes en Parijs weer noordwaarts. Met het tweede “Prix de Rome”-stipendium maakte Schipper een studie van de Zaanse houtbouwkunst. Een studie die de basis zou vormen voor het plan van de Zaanse Schans. Met het derde stipendium ondernam hij nog twee studiereizen waarbij de moderne architectuur en stedenbouw centraal stonden: in 1953 naar Denemarken en in 1955 naar noord Italië. Vooral de reis naar Denemarken zou van grote invloed blijken op zijn latere werk. Hij kwam graag in dit land en is er na dat eerste bezoek nog verscheidene keren geweest. Van al deze reizen werden uitgebreide verslagen gemaakt met foto's, tekeningen en beschrijvingen. Het.winnen van de. Prix de Rome gaf de doorslag voor Jaap Schipper om een elgen bureau te beginnen. Eerst was dat nog gevestigd bij zijn ouders thuis aan de Emmastraat. Na zijn huwelijk met Bix van Lottum in 1954 vestigde hij zijn bureau aan de Vinkenstraat 38 en nog later aan diezelfde straat op nr. 36A in het voormalige lutherse weeshuis, bij veel Zaankanters vooral bekend als de openbare leeszaal en bibliotheek. De lijnen die tijdens de opleiding en in de studietijd werden uitgezet, zijn in de latere architectencarrière van Jaap Schipper duidelijk terug te vinden. Ten eerste is daar de aandacht voor stedenbouwkundige problemen in het algemeen en de zorgvuldige situering van gebouwen in het bijzonder. Mooie voorbeelden hiervan zijn de stedenbouwkundige situering van de bejaardenhuizen 'Parkzicht' in Koog aan de Zaan en 'Het Mennistenerf' in Zaandam. De hoofdmassa van de gebouwen wordt in beide gevallen die ruimte gegeven die een groter gebouw vraagt, terwijl met de lagere gedeelten aansluiting is gevonden met de omringende bebouwing. Maar het mooiste voorbeeld van een stedenbouwkundige situering is wellicht het winnende ontwerp voor het raadhuis van Zaandam op de Burcht. Hier is een prachtig evenwicht gecreëerd tussen de te bouwen massa en de ruimte van het plein, waarbij architectonische accenten zoals de carillontoren met het restaurant aan de oever van de Zaan voor ruimtelijke markering zorgen. ' In veel ontwerpen van Schipper zijn verschillende elementen van de belangrijkste stromingen van de naoorlogse architectuur in Nederland terug te vinden. Opvallend is daarbij het economische materiaalgebruik. Zoals bij het paviljoen 'Parnassia' , waar de hoofdlijnen van de architectuur bepaald zijn door de constructie. Anderzijds is er zijn oog voor de Nederlandse architectuurtraditie zoals bij het theehuis 'De Koperen Kop', zijn eerste gebouw dat in hout werd uitgevoerd. Wellicht kan men stellen dat het functionalisme van het Nieuwe Bouwen en de meer traditionele bouwkunst van de Delftse School evenwichtig vorm hebben gekregen in de architectuur van Jaap Schipper. De belangrijkste kwaliteit van zijn oeuvre is echter niet in een paar woorden te duiden. Juist de dienstbaarheid daarvan is steeds weer opvallend, waarbij de architectuur nooit een doel op zich is, maar in harmonie met stad en land. Deze dienstbaarheid komt ook tot uiting in de vele restauratieprojecten. In het werk van Schipper zal men daar weinig eigentijdse aanvullingen vinden, maar wordt de architectuur van het monument als richtsnoer gekozen. In veel gevallen werd er uitgebreid historisch onderzoek verricht om deze restauratieprojecten juist optimaal te realiseren. In 1975 mocht Schipper dan ook de bronzen legpenning van het Nationaal Comité Monumentenjaar ontvangen. Tevens ontving hij in 1988 de Culturele Prijs van de Gemeente Zaanstad voor zijn verdiensten op het terrein van de bouwkunde, in het bijzonder de Zaanse houtbouw. zijn inzet voor de historische en de hedendaagse bouwkunst blijkt ook uit zijn vele nevenfuncties. Voorop staat dan natuurlijk zijn werk voor de Stichting Zaans Schoon, waarvan hij medeoprichter en zeer lang bestuurslid is geweest. Ruim 30 jaar was hij tevens bestuurslid van de Noord-Hollandse Welstandscommissie, gedurende vele jaren secretaris van de Welstandscommissie van het Noord-Hollands Noorderkwartier en daarna van die van West-Friesland en hij was 25 jaar lid van de Schoonheidscommissie van Beverwijk. Vele jaren zat hij in het bestuur van de Academie van Bouwkunst te Amsterdam en was daar tevens een half jaar plaatsvervangend directeur. In Amsterdam was hij ook supervisor bij de stedenbouwkundige realisatie van Slotervaart en lid van de schoonheidscommissie 'Nieuwe Stad'.

Van 1950 tot 1959 zat hij in de redactie van Forum. Daarnaast waren er vele taken op het terrein van monumentenzorg: bestuurslid van de Monumentenwacht Noord-Holland en van de Vereniging tot Behoud van Monumenten van Bedrijf en Techniek in de Zaanstreek, en vanaf 1980 lid, later voorzitter van de adviescommissie voor de Provinciale Monumentenlijst van Noord-Holland. Tevens had Schipper 9 jaar zitting in de Culturele Raad van Noord-Holland, was hij bestuurslid van de MTS in Zaandam en twee maal jurylid voor de “Prix de Rome” voor monumentale beeldhouwkunst. Na 1978 heeft hij veel contact met curatoren van het “Metropolitan Museum of Art” in New York en van het Albany Institute of History and Art, inzake inlichtingen en adviezen over Amerikaans-Hollandse houten huizen, schuren en meubelen. In 1987 publiceerde hij in New World Dutch Studies een artikel over de landelijke architectuur in Noord-Holland, in het bijzonder in de Zaanstreek. Hij is tot op hoge leeftijd nog adviseur van de stichting Humanitas voor verstandelijk gehandicapten te Amsterdam geweest en was als voorzitter van de technische begeleidingscommissie nauw betrokken bij de bouw van het VOC-retourschip 'De Batavia' te Lelystad.

 

Schets; Het dorp Velsen

Theehuis Parnassia, Bloemendaal

Jaap Schipper, Carla en Arno Nicolaï

Cultuurprijs gemeente Zaanstad

Zelfportret Jaap Schipper,

Linoleum (1954)

Monumenten van Bedrijf En Techniek in de Zaanstreek

Het winnende ontwerp voor het stadhuis in Zaandam, Motto Piazza (niet uitgevoerd) 

Potlood op kalkpapier
Klik op de afbeelding voor een grote afbeeldingBiografie_files/PIAZZA%20crop_2.jpg